Groene Energie
Op de geliberaliseerde markt voor elektrische energie neemt groene energie een bijzondere plaats in. Groene energie is de verzamelnaam voor duurzaam geproduceerde energie: energie uit wind, water en de zon, maar ook energie uit duurzame biomassa en biogas.
De productie en handel in groene energie worden gereguleerd door Garanties van Oorsprong. Elke Garantie van Oorsprong komt overeen met een bepaalde hoeveelheid duurzaam geproduceerde energie. Garanties van Oorsprong worden uitgegeven en geregistreerd door de beheerder van het landelijk hoogspanningsnet TenneT. In de praktijk verzorgt EnerQ de aanmaak, registratie en verwerking van de Garanties van Oorsprong.
De elektrische energie, die met een windturbine wordt geproduceerd en wordt geleverd aan het landelijk net, heeft een waarde. Deze waarde is opgebouwd uit de marktwaarde voor elektrische energie, de Garanties van Oorsprong en de van toepassing zijnde overheidsstimulering.
De marktwaarde voor de elektrische energie wordt bepaald door de waarde van de elektriciteit op de markt. Deze markt bestaat in feite uit twee belangrijke deelmarkten: de bilaterale lange termijn contracten en de korte termijn markt via de beurs, Amsterdam Power Exchange (APX). Elektriciteit geproduceerd door windturbines moet op deze markten concurreren met elektriciteit geproduceerd uit aardgas, kolen, kernenergie, maar ook uit biomassa, in warmtekracht installaties, door andere windturbines en met geïmporteerde elektriciteit.
Omdat er nog geen Europese of binnenlandse markt voor Garanties van Oorsprong bestaat, is de waarde hiervan op dit moment niet van grote invloed op de totale waardering van windenergie.

De van toepassing zijnde overheidsstimulering is afhankelijk van een groot aantal factoren. Bestaande windturbines beschikken vaak over een MEP toekenning en komen daarmee in aanmerking voor een zogeheten MEP bijdrage (Milieukwaliteit Elektriciteitsproductie). De MEP regeling was van 1 juni 2003 tot 18 augustus 2006 van toepassing voor windenergie projecten. Bestaande windturbines van voor 1996 of projecten, die de maximale MEP bijdrage al hebben ontvangen, komen niet meer in aanmerking voor een overheidsbijdrage.
Sinds begin 2008 is het Besluit Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE) van kracht geworden. De SDE regeling bestaat uit een vergoeding voor elke kWh, die is geproduceerd met behulp van windenergie en is geleverd aan het net. De vergoeding wordt verstrekt voor een periode van 15 jaar en voor een maximaal aantal kWh per jaar. In de SDE toekenning wordt een maximum bedrag per kWh vastgesteld. Het werkelijk in enig jaar uitgekeerde bedrag is echter afhankelijk van de in dat jaar geldende marktprijs voor elektrische energie.
De overheid stimuleert de productie van duurzame energie teneinde de uitstoot van schadelijke stoffen (met name de broeikasgassen CO2 en NOx) te verminderen. Daarnaast wil de overheid de totale milieubelasting beperken, dus ook die als gevolg van de productie van elektriciteit.
De belasting van het milieu leidt immers tot grote maatschappelijke kosten. Denk bijvoorbeeld aan dijkverzwaring, gezondheidsklachten (luchtkwaliteit), fijnstof, aantasting van historische gebouwen, verdroging (als gevolg van bruinkoolwinning), verwerking en langjarige opslag van radioactief afval, verontreiniging van zee en kust bij calamiteiten met olietankers. Deze kosten komen echter (nog) niet voor rekening van de elektriciteitsproducent. Deze kosten zijn dus ook niet verwerkt in de prijs van elektriciteit.
Voor Nederland worden de maatschappelijke kosten voor elektriciteit uitkolencentrales geraamd op Euro 30 - 40 per MWh en voor elektriciteit uit gascentrales op Euro 10 - 20 per MWh. Uit een Britse studie blijkt dat de opruimkosten van de huidige oude en nog in bedrijf zijnde Britse kerncentrales Euro 23 per MWh bedragen voor alle MWh-en, die gedurende de levensduur van deze kerncentrales zijn geproduceerd of nog geproduceerd zullen worden.
De overheidsbijdrage aan de productie van duurzame elektriciteit kan worden beschouwd als een vergoeding voor de vermeden maatschappelijke kosten (VMK). Volgens een studie van ECN/KEMA (2006) bedragen de vermeden maatschappelijke kosten voor windenergie Euro 20 per MWh.
Elke MWh, die gedurende de levensduur van de windturbines wordt geproduceerd met windenergie, bespaart deze maatschappelijke kosten. De SDE bijdrage wordt echter slechts uitbetaald gedurende 15 jaar en voor een beperkt aantal MWh per jaar.