Milieu effecten
E-Connection heeft in het verleden onderzoek verricht naar en verricht nog steeds onderzoek naar de effecten van windturbines op de omgeving.
Vogels:
Om de besluitvorming over diverse windenergie projecten mogelijk te maken is veel onderzoek verricht naar de effecten van windturbines op vogels: zoals aanvaringsslachtoffers, barrièrewerking en verstoring. Het onderzoek richt zich op vliegbewegingen en -hoogtes tijdens seizoens-, voedsel- of slaaptrek en het gedrag van vogels.
E-Connection heeft financieel bijgedragen aan het Nationaal Onderzoekprogramma Effecten op vogels als gevolg van windturbines, dat in opdracht van de Ministeries van VROM en van LNV van 1992 tot 2000 door diverse bureaus is uitgevoerd.
E-Connection verricht ook vogelonderzoek bij bestaande windparken. We werken samen met het Energieonderzoek Centrum Nederland bij de ontwikkeling van het WT-Bird detectie systeem. Met dit systeem kunnen botsingen van vogels tegen windturbines worden gedetecteerd en geregistreerd. Dit is van belang op moeilijk toegankelijke plaatsen, zoals offshore windturbines, of op plaatsen waar aanvaringslachtoffers niet of moeilijk kunnen worden gevonden, omdat er bijvoorbeeld veel aaseters zijn.
Sinds 2000 ondersteunt E-Connection het onderzoek naar zieke en dode vogels en zeezoogdieren, die aanspoelen op de Nederlandse kust. Door de resultaten van de eerste jaren te vergelijken met de resultaten tijdens de aanleg en/of exploitatie van offshore windparken wordt informatie verkregen over de gevolgen van offshore windturbines voor vogels en andere soorten.
Natura2000:
Als onderdeel van de ontwikkleing van windparken in het Schelde estuarium heeft E-Connection het effect van windturbine geluid op rustende vogels en zeezoogdieren onderzocht. Via luidsprekers werden rustende vogels en zeehonden geconfronteerd met het versterkte geluid van windturbines. Hoewel het geluid versterkt was en hoewel het geluid willekeurig aan en uit werd geschakeld, vertoonden de dieren, die op een afstand van ca. 250 meter rustten, geen reactie.
Landschap:
In samenwerking met enkele planologen en landschapsarchitecten heeft E-Connection diverse studies uitgevoerd naar de inpasssing van windturbines in het landschap. Bij enkele projecten is sprake van land-art met windturbines. Bijvoorbeeld de gedeeltelijke beschildering van de masten om de onderlinge positionering van de windturbines in Windpark de Bjirmen, Sexbierum, te accentueren; de situering van de windturbines parallel aan de IJsselmeerdijk tussen Lelystad-Noord en de Ketelbrug.
Radar:
In opdracht van E-Connection is in 1988 het eerste onderzoek uitgevoerd naar de mogelijke effecten van windturbines op radarsystemen. De resultaten van dit onderzoek worden nog steeds gebruikt evenals de hierin opgenomen richtlijnen voor de plaatsing van windturbines nabij radarinstallaties.
Mosselzaad:
Mosselzaad zet zich af op en groeit aan fundaties van offshore windturbines. In samenwerking met Van der Stee en met financiële steun van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is onderzoek verricht naar de technische mogelijkheden voor commerciële mosselzaadkweek en -winning bij offshore windparken. Het mosselzaad dat op deze wijze wordt verkregen, kan naar andere plaatsen worden gebracht om opgekweekt te worden tot consumptiemosselen.
Door het invangen en winnen van mosselzaad bij offshore windparken kan het verzamelen van mosselzaad in de beschermde Waddenzee sterk verminderd worden. Hierdoor kan de ecologische impact op dit internationaal erkende wetland beperkt worden.
Energie terugverdientijd = Life Cycle Analysis
Voor de fabricage, de installatie, tijdens gebruik, voor onderhoud en voor de verwijdering na afloop van de levensduur van een product is energie nodig. De hoeveelheid primaire energie (fossiele brandstoffen) die nodig zijn om een windturbine te maken, te installeren, gedurende 20 jaar te exploiteren, te onderhouden en na de gebruiksduur op te ruimen, is dezelfde hoeveelheid primaire energie nodig, die bespaard wordt door de productie van elektrische energie met behulp van deze windturbine gedurende vijf tot negen maanden.